Over mijn blog

This Blog contains personal opinions of Jacco Hoekstra and does therefore not reflect the position of the TU Delft in general. Author can also be followed in Twitter: @ProfHoekstra for interesting links a.o. related to science & engineering

Categories

Archive

Disclaimer

De meningen ge-uit door medewerkers en studenten van de TU Delft en de commentaren die zijn gegeven reflecteren niet perse de mening(en) van de TU Delft. De TU Delft is dan ook niet verantwoordelijk voor de inhoud van hetgeen op de TU Delft weblogs zichtbaar is. Wel vindt de TU Delft het belangrijk - en ook waarde toevoegend - dat medewerkers en studenten op deze, door de TU Delft gefaciliteerde, omgeving hun mening kunnen geven.

Posts in category Uncategorized

Excellente opleiding? Veel vraag van bedrijfsleven? Dan krimpen.

Onze opleiding Luchtvaart- en Ruimtevaarttechniek moet door de
teruglopende overheidsfinanciering steeds meer studenten weigeren, ondanks de
grote vraag van het bedrijfsleven naar L&R ingenieurs. Na de numerus fixus
op de bachelor, is nu de master aan de beurt: we hebben aan de studenten laten
weten dat twee van de vijf richtingen (master-tracks) een zogenaamde ‘cap’
krijgen, dat wil zeggen dat de studenteninstroom beperkt wordt. Hierdoor kunnen
master-studenten zich dus niet altijd specialiseren in de richting van hun
keuze. De kans op slagen is bij zo’n moeilijke studie als LR vele malen groter
als je een richting kunt doen waarvoor je gemotiveerd bent, dus ik snap dat de
studenten hier problemen mee hebben.

Helaas kan dat niet anders. De financiële situatie van de faculteit zorgt
ervoor dat er niet genoeg wetenschappelijk personeel aangenomen kan worden om
meer studenten aan te kunnen. Als we de instroom niet zouden reguleren, gaat
dat ten koste van de kwaliteit en dat is voor ons onacceptabel. We staan bekend
als de beste luchtvaart- en ruimtevaarttechniekopleiding van de westerse wereld
en dat willen we zo houden. De beperkte toelating is een vorm van selectie:
degenen, die in hun bachelor hebben laten zien dat zij het meeste talent hebben
voor het onderwerp van de master-track worden toegelaten.

Het gaat in de master nu nog om kleine aantallen: enkele tientallen studenten
zullen niet de track van hun keuze kunnen doen. In de bachelor gaat het om hele
andere getallen: van de 600 aanmeldingen voor het eerste jaar, die we volgend
jaar verwachten, zullen we er bijna 200 moeten afwijzen.


Ik vind dit wel wrang in een tijd waarin wordt gezegd dat excellentie en
maatschappelijke relevantie beloond wordt. Onze opleiding heeft de hoogste
beoordeling gehaald van alle Nederlandse MSc opleidingen in de laatste
accreditatieronde. En er is ook nog eens veel vraag naar onze, ook
internationaal beroemde, opleiding bij zowel studenten als het bedrijfsleven.
Er zijn meer geschikte scholieren, die wij zouden kunnen opleiden tot
uitstekende ingenieurs waar grote behoefte aan is. Hierop bezuinigen geeft op
korte termijn winst voor de overheid maar op de middellange termijn is het een
enorm verlies voor de Nederlandse economie. Dit soort overheidsbeleid zorgt
daarmee niet alleen voor teleurgestelde studenten maar ook nog eens voor
onnodig grote economische schade.

Prof.dr.ir. Jacco Hoekstra

Wat kost de langstudeerder de maatschappij?

In
het regeerakkoord worden de langstudeerders en hun universiteiten hard
aangepakt: Als studenten meer dan een jaar vertraging hebben, moeten ze als
boete 3000 euro extra collegegeld betalen, wat in totaal neerkomt op bijna 5000
euro collegegeld per jaar. Als voornaamste reden voor deze maatregel wordt
gesteld dat studenten, die langer over hun studie doen, de maatschappij te veel
kosten. Is dat wel zo?

In de discussie wordt vaak gesproken over de
langstudeerder als een luie, brallerige student die op kosten van de maatschappij
bier drinkt in de studentensociëteit. Ten eerste is dit niet de echte reden. De
echte achtergrond van de maatregel is een gewone bezuiniging. Als deze
bezuiniging niet wordt gehaald met deze maatregel, bijvoorbeeld doordat veel
studenten opeens snel gaan studeren en er geen boetes geïnd worden, zal de
bezuiniging gewoon anders worden gehaald: Het kabinet is van plan om dan de
universiteitsbijdrage van de overheid te korten met hetzelfde bedrag dat het
kabinet hoopte op te halen met het beboeten van langer studeren.

Het stimuleren van sneller studeren en beboeten van
langstudeerders is dus slechts een schijnargument, dat dient als verdediging om
deze maatregel sympathieker voor te stellen: als er iemand op moet draaien voor
ons overheidstekort, laat het dan de langstudeerders maar zijn want die kosten
ons toch al zo veel geld”.

Ook al is het dus niet de echte reden, toch hecht
ik eraan dit beeld te corrigeren, al is het maar om het daarna over de
werkelijke discussie te hebben: willen we wel nog verder bezuinigen op het
hoger onderwijs, op de toekomst van onze kenniseconomie? Ook heeft de
voorgestelde aanpak een zeer schadelijk neveneffect.

Als eerste: de langstudeerder kost u vrijwel niets,
alleen als het uw zoon of dochter betreft. Als iemand langer studeert betekent
dat meestal dat hij of zij het moeilijk vindt. Als van een vak het tentamen
niet in één jaar gehaald wordt, betekent dit een jaar vertraging. De extra
belasting voor de onderwijsinstelling is echter zeer gering: de studenten volgt
immers meestal de colleges of practica maar één keer. Het enige extra werk is
het nogmaals nakijken van een tentamen. Enige minuten werk, soms gedaan met
behulp van een onderwijsassistent of promovendus, en slechts een zeer gering
deel van de onderwijslast voor de universiteit.

Voor de onderwijsinstelling zit het verschil tussen
de belasting van een snelle studeerder en een langzame studeerder
dan ook alleen maar in de tijdlijn: de belasting wordt uitgesmeerd over meer
jaren, maar neemt in totaal niet of nauwelijks toe. Het aantal studiepunten,
dat gehaald wordt, verandert niet en dit is een betere maat voor de inspanning
van de onderwijs instelling en dus de kosten, dan hoe ze in de tijd verspreid
liggen. Universiteiten worden ook voor studenten maar gefinancierd voor het
aantal jaren dat het curriculum nominaal duurt. De studiefinanciering houdt ook
op na maximaal 5 jaar, wat de tijd is die een goede student over zijn
technische studie doet. Het langer studeren kost de belastingbetaler dus niets.

Het enige effect op de staatskas is, dat iemand die
enkele jaren langer studeert, pas later inkomstenbelasting gaat betalen en pas
één of twee jaar later zijn bijdrage aan onze economie kan leveren. Deze manier
van denken zou ook pleiten voor het aanpakken van mensen, die niet of
gedeeltelijk gaan werken, of die naar het buitenland gaan, iets wat we nu als
een onderdeel van de individuele vrijheid beschouwen. Deze manier van denken
suggereert ook dat de overheid er niet voor de burgers is maar omgekeerd. Voor
de meeste burgers is belasting betalen echter niet het hoogste doel van het
leven. En gederfde, mogelijke inkomsten is niet hetzelfde als werkelijke
kosten.

De enigen, die extra kosten hebben, zijn de ouders.
Zij zullen wel langer moeten betalen als hun zoon of dochter langer studeert.
Dit maakt het sneller of langzamer studeren dus een zaak tussen ouder en kind,
waarover zij goede afspraken moeten maken. Er zijn ouders, die het prima vinden
als hun kind wat langer doet over een moeilijke studie maar daardoor later een
betere opleiding genoten heeft. Mensen, die zeggen liberaal te zijn of het
woord vrijheid in de naam van hun partij voeren, past het niet om als overheid
hier met torenhoge boetes zo hard in te grijpen.

Wat deze maatregel zeker zal bevorderen, is dat er
minder mensen gaan studeren, nl. alleen zij die een financieel risico kunnen
nemen, maar ook dat er meer studenten zullen uitvallen. Beide effecten zijn
zeer schadelijk voor onze kenniseconomie. Het negatieve, lange termijn effect
van deze maatregel op onze kenniseconomie zal dan ook veel groter zijn dan de
op korte termijn behaalde winst voor de staatskas.

Kortom: gebruik geen ondeugdelijke schijnargumenten
over kosten van langstudeerders die er in werkelijkheid niet zijn. En bezuinig
niet op onze toekomst. Op een gegeven moment raakt de kaasschaaf de korst, dus
bezuinig niet nog meer op onze kenniseconomie.

 

© 2011 TU Delft