Over mijn blog

This Blog contains personal opinions of Jacco Hoekstra and does therefore not reflect the position of the TU Delft in general. Author can also be followed in Twitter: @ProfHoekstra for interesting links a.o. related to science & engineering

Categories

Archive

Disclaimer

De meningen ge-uit door medewerkers en studenten van de TU Delft en de commentaren die zijn gegeven reflecteren niet perse de mening(en) van de TU Delft. De TU Delft is dan ook niet verantwoordelijk voor de inhoud van hetgeen op de TU Delft weblogs zichtbaar is. Wel vindt de TU Delft het belangrijk - en ook waarde toevoegend - dat medewerkers en studenten op deze, door de TU Delft gefaciliteerde, omgeving hun mening kunnen geven.

Posted in 2014

10 redenen waarom het leenstelsel niet op deze manier ingevoerd moet worden

Als samenvatting hieronder eerst alleen een lijstje. Een toelichting op deze redenen staat verderop hieronder.

1)      De resulterende hoge schulden oplopend tot 40000 euro voor een grote groep zorgen voor veel mensen voor problemen.

2)      Toegankelijkheid onderwijs: Er zullen veel mensen niet gaan studeren of niet slagen door deze terechte leenangst.

3)      Er ontstaat een grotere ongelijkheid tussen arm en rijk.

4)      Er ontstaat een grotere ongelijkheid tussen alfa en bèta.

5)      Er ontstaat een grotere ongelijkheid tussen uitwonende en thuiswonende studenten.

6)      Tegelijkertijd universiteiten onder druk zetten met de studieduur ontneemt studenten met een hoge studielast de mogelijkheid om bij te werken om de schuld te vermijden/verlagen.

7)      Niet inbare schulden verplaatsen de uitgaven in feite naar de overheidsbegroting van morgen.

8)      Economie zal geremd worden door groot aantal sparende ouders.

9)      Deze verschuiving in de onderwijsbegroting is geen investering in onderwijs maart een verkapte bezuiniging op HO. Wel meer geld naar onderwijs zou een investering zijn.

10)  Investeren in onderwijs is hard nodig: Basisbeurs behouden is een goede investering in onderwijs.

 

Noot: Effect ongelijkheid op gemiddelden

fig1-gemiddelden         fig2-gemiddelden

Hierboven een rekenvoorbeeld van hoe gemiddelden de discussie kunnen vertroebelen. Stel WO studenten zijn gelijk verdeeld over deze 4 categorieën. Dan is de gemiddelde schuld voor het totaal ongeveer 12 500 euro. De uitwonende bèta-studenten hebben echter een groot probleem: Een jong stel heeft dan al snel 80000 euro schuld! Kijk daarom alleen naar gemiddelden voor een redelijk homogene groep, anders hebben gemiddelden geen zin.

Uit deze redenen en de toelichting blijkt: Het huidige wetsvoorstel zorgt voor terechte leenangst, vermindert de toegankelijkheid van het onderwijs, schuift schulden door naar morgen en berokkent de economie schade.

 

Toelichting op de 10 redenen:

1)      De resulterende hoge schulden tot 40 000 euro voor een grote groep zorgen voor veel mensen voor problemen.

Mensen die gestudeerd hebben verdienen gemiddeld meer. Het venijn zit hier echter in het woord gemiddeld. Individueel klopt dit in het geheel niet. Schuld kan niet eenvoudig worden afgelost door mensen die juist kiezen voor een beroep in de non-profit sector Een zelfstandig aannemer verdient vaak meer dan een HBO verpleegkundige, een winkeleigenaar verdient vaak meer dan een academisch geschoolde leraar. Belasting is wel individueel eerlijk: als je veel belasting betaalt, verdien je of heb je waarschijnlijk ook veel. Dat maakt de basisbeurs, betaald door belastingen, een betere manier om de lasten eerlijk te verdelen. De schuld kan niet eenvoudig worden afgelost door mensen die juist kiezen voor een beroep in de non-profit sector. Als er alleen maar met gemiddelden wordt gerekend, hoe moet het dan straks met al die verpleegkundigen en leraren? Houden die hun hele leven een schuld? Het bedrag van 40 000 euro komt overigens uit een eerdere berekening (zie eerder Blog) voor uitwonende bèta WO studenten. De schuldproblematiek zal toenemen, veel mensen zullen in de problemen komen.

 

2)      Toegankelijkheid onderwijs: Er zullen veel mensen niet gaan studeren of niet slagen door deze terechte leenangst.

Aan een studie beginnen wordt een erg groot risico: als je niet slaagt, heb je wel een schuld. Ook als je wel slaagt, heb je niet gegarandeerd een geschikte baan. En als je wel een geschikte baan hebt, verdien je niet per se meer. Het is dan veiliger om direct te gaan werken dan te gaan studeren, zeker als je ouders niet rijk zijn. Wat ons brengt op het volgende argument:

 

3)      Er ontstaat een grotere ongelijkheid tussen arm en rijk

Studenten met rijke ouders riskeren geen hoge schulden en kunnen nog wel studeren. Deze maatregel draagt daarmee bij aan een tweedeling in de maatschappij. Het gaat er niet om of de bakker moet meebetalen aan de opleiding van de advocaat., zoals soms wordt gezegd. Het gaat erom of de zoon van de bakker straks nog advocaat kan worden. Of dat je als je eenmaal arm bent geboren, je nooit meer de kans hebt hogerop te komen. In ieder geval niet via het onderwijs, dat weer een elitaire aangelegenheid voor de rijkeren zal worden. Piketty, Obama en veel economen waarschuwen voor de snel toenemende ongelijkheid tussen arm en rijk. De enige, die hier iets aan kan doen, is de overheid. Het leenstelsel zal de ongelijkheid echter alleen maar bevorderen. Toenemende ongelijkheid draagt bij aan velerlei maatschappelijke problemen: criminaliteit, onstabiliteit en extremisme. Door velen wordt dit gezien als één van de grootste problemen van deze tijd.

 

4)      Er ontstaat een grotere ongelijkheid tussen alfa en bèta:

Exacte studenten hebben een hogere schuld om drie redenen:

  1. Door de hogere studielast kunnen bèta-studenten minder bijwerken (8 uur college vs. 30+ uur college/practica) zeker met de toenemende verschoolsing (= verplichte aanwezigheid bij wisselende roosters)
  2. Nominale programma is een jaar langer (5 jaar in plaats van 4 voor BSc + MSc)
  3. Bèta studies zijn moeilijker en vakken hangen meer van elkaar af, dus hebben die een grotere kans op uitloop, zeker met de harde knip.

Vergelijk eens de roosters van een WO alfa studie en een WO bèta/technische studie. Haal zelfwerkzaamheden en groepsindelingen eruit en zie het enorme verschil in contacturen: zelden meer dan 10 uur bij een alfa studie, terwijl een bèta student een volledige werkweek op de faculteit zit. Officieel is het verhaal dat alfa-studies veel meer zelfwerkzaamheid vergen maar heus net zo zwaar zijn. Dat blijkt in de praktijk echter niet waar. Alfa studenten kunnen soms wel tot 30 uur per week werken. Bij een bètastudie zit meer dan een zaterdagsbaantje er niet in. Uit berekeningen blijkt dat dit niet genoeg is om te voorkomen dat de schuld van een uitwonende bèta-student oploopt tot meer dan 45000 euro! We zullen dus een verschuiving zien van armer studenten die niet echte een keus hebben: een alfa studie is de enige mogelijkheid. Op de arbeidsmarkt is echter meer vraag naar bèta’s, voor uiteenlopende functies (alfa en bèta).

 

5)      Er ontstaat een grotere ongelijkheid tussen uitwonende en thuiswonende studenten.

Eén manier om schulden te vermijden is thuis blijven wonen tijdens je studie. Maar die keuze heeft niet iedereen. Dit kan als je in de randstad woont of dichtbij een universiteit. Universiteiten worden dan regionale universiteiten. Maar dit staat haaks op het plan om de universiteiten verder specialiseren en de focus op “excellentie” en ranglijstjes in plaats van goed onderwijs voor iedereen. Als je niet dichtbij een universiteitsstad woon wordt deze mogelijkheid om schulden te vermijden sowieso afgesneden. Dus behalve de ongelijkheid tussen arm en rijk, alfa en bèta, ontstaat er ook meer ongelijkheid tussen landelijke en stedelijke gebieden.

 

6)      Tegelijkertijd universiteiten onder druk zetten met de studieduur als prestatie-indicator ontneemt studenten met een hoge studielast de mogelijkheid om bij te werken om de schuld te vermijden/verlagen.

De andere manier om schulden te vermijden bij een hoge studielast, is in deeltijd te studeren en er bij te werken. Dan zal het wel langer duren voor je de studie haalt en laat dat nu net een reden voor de overheid zijn om universiteiten minder geld te geven. Vandaar alle maatregelen zoals het bindend studieadvies, wat natuurlijk eigenlijk niet kan: een “bindend advies”. Het is ook geen advies: je wordt uit de opleiding verwijderd als je niet snel genoeg studeert. Dus er meer bij werken zal helaas ook niet gaan.

 

7)      Niet inbare schulden verplaatsen de uitgaven in feite naar de overheidsbegroting van morgen.

In de VS vreest men na de hypotheekcrisis al de volgende oninbare schuldencrisis: de studieschuldencrisis. Dat kan ook hier gebeuren. Grote groepen stellen zullen met een schuld van 30.00-50.000 per persoon (dus 60.000-100.000 euro voor een jong gezin) beginnen met werken. Omdat veel mensen niet genoeg zullen verdienen om het af te lossen, zal er een restschuld blijven. Deze zal op de overheidsbegroting drukken: ingecalculeerd geld komt niet terug. De leningen verplaatsen naar de banken wordt dan een optie en de ingrediënten voor de volgende crisis zijn een feit. Maar in ieder geval schuiven we hiermee overheidsuitgaven van nu door naar overheidsbegroting van morgen en maken we onszelf wijs dat we meer geld besparen dan we in werkelijkheid doen.

 

8)      Economie zal geremd worden door groot aantal sparende ouders

Ouders zullen werkelijk massaal gaan sparen voor de studie van hun kinderen. Niemand wil een kind met schulden als ze het kunnen vermijden. Zeker bij meer dan 1 kind, kan dan de maandlast flink oplopen als je je kind schuldenvrij wilt houden als ze MBO, HBO of WO gaan doen. Samen met het sparen voor hun pensioen, ziektekosten, buffer in geval van ontslag, aflossing hypotheek, draagt deze verminderde koopkracht bij aan de enorme rem op economische groei in ons land. Ook afgestudeerden zullen minder uitgeven, zij moeten immers hun schild aflossen. Bij een zich terug trekkende overheid, zullen de binnenlandse bestedingen structureel achter blijven lopen en de economische visie van deze regering om uit de crisis te komen (“meer spullen kopen”) zal geen waarheid kunnen worden.

 

9)      Deze verschuiving in de onderwijsbegroting is geen investering in onderwijs maart een verkapte bezuiniging op HO. Wel meer geld naar onderwijs zou een investering zijn.

Er wordt gesuggereerd dat dit de enige manier is om in beter onderwijs te investeren. Dit is om twee redenen niet waar: er zijn natuurlijk wel andere manieren, meevallers en aantrekkende economie kunnen ook hier voor gebruikt worden, het is belangrijk genoeg. Daarnaast is de voorgestelde maatregel juist geen investering maar een verschuiving binnen de begroting van het ministerie. Het kenmerk van de afschaffing van de basisbeurs is juist dat er weer niet geïnvesteerd wordt in onderwijs. Sterker nog: omdat niet meteen al het geld in onderwijs wordt gestoken is het een verkapte bezuiniging op het hoger onderwijs. Als het ook in andere vormen van onderwijs wordt gebruikt is het zelfs een blijvende bezuiniging op WO, HBO en MBO. Het is een  taak van de overheid om voor de belastingbetalende burger te investeren in goed onderwijs voor iedereen.

 

10)  Investeren in onderwijs is hard nodig: Basisbeurs behouden is wel een investering in onderwijs

Een drogreden, die soms door voorstanders wordt gebruikt: studenten gebruiken geld van het ministerie van OCW nu voor hun levensonderhoud en dat was niet de bedoeling. Terwijl als we de basisbeurs wordt afgeschaft we dit aan de onderwijsinstellingen kunnen geven. Dit is een schijntegenstelling: bij de student wordt opeens wel gekeken waar hij het aan uitgeeft en bij de onderwijsinstelling niet. Je kunt dit net zo goed omdraaien: Ook bij de onderwijsinstellingen gaat geld ergens anders naar toe: naar Sodexho of naar de vastgoedsector voor glimmende glasgevelgebouwen. Een basisbeurs geeft een student tijd om te studeren en is dus een daarom investering in de kwaliteit van het onderwijs, zeker als je universiteiten op rendement blijft afrekenen. Als je de student minder tijd geeft om te studeren door hem te dwingen meer geld bij te verdienen terwijl het rendement en doorstroom wel hoog moet blijven, leidt dat onherroepelijk tot een verlaging van de onderwijskwaliteit.

 

Toelichting over het foutieve gebruik van gemiddelden in deze discussie

Omdat dit niet een homogene groep is, heeft het gebruik van gemiddelden over alle studenten geen enkele zin. Het bagatelliseert wat er met een grote groep gaat gebeuren en  is daarom misleidend. Er zijn wel een paar homogene subgroepen te onderscheiden. Gebruik die groepen daarom als representatieve cases: voor de combinatie van thuis-uitwonend, WO-HBO-MBO, arm-rijk, alfa-bèta. En maak het dan voor allen eerlijk, niet alleen voor het niet-bestaande gemiddelde hiervan.

Conclusie

Met name maak ik me zorgen over de uitwonende, WO, bèta-student, waarvan de ouders per kind maximaal 250 euro per maand kunnen betalen (deze ouders verdienen niet minder dan modaal). Hij zal door zijn  zware bèta-studie alleen op zaterdag een minimumloon-baantje kan doen. Dit ligt ver af van het gemiddelde maar het is  geen uitzondering: dit is een grote groep! Hoe gaat hij/zij vermijden te eindigen met een schuld van 40000 euro? En als deze vervolgens wiskunde gaat geven op een middelbare school waar de schaarse schaal-12 functies al vergeven zijn, hoe gaat het dan lukken om af te lossen? Of wat als we die uitwonende bèta-studenten niet meer hebben? Dit voorbeeld is iets wat iedere keer vermeden (verzwegen?) wordt.

Nu wordt de discussie gevoerd aan de hand van een nauwelijks voorkomende, irrelevante gemiddelde student waardoor dit onzichtbaar blijft.

Het afschaffen van de basisbeurs heeft op termijn een schadelijk effect op zowel de economie als de kwaliteit van het onderwijs. Tevens zadelt het grote groepen op met een grote schuld en vergroot het de ongelijkheid.

© 2011 TU Delft