Over mijn blog

This Blog contains personal opinions of Jacco Hoekstra and does therefore not reflect the position of the TU Delft in general. Author can also be followed in Twitter: @ProfHoekstra for interesting links a.o. related to science & engineering

Categories

Archive

Disclaimer

De meningen ge-uit door medewerkers en studenten van de TU Delft en de commentaren die zijn gegeven reflecteren niet perse de mening(en) van de TU Delft. De TU Delft is dan ook niet verantwoordelijk voor de inhoud van hetgeen op de TU Delft weblogs zichtbaar is. Wel vindt de TU Delft het belangrijk - en ook waarde toevoegend - dat medewerkers en studenten op deze, door de TU Delft gefaciliteerde, omgeving hun mening kunnen geven.

Blog of Jacco Hoekstra

10 redenen waarom het leenstelsel niet op deze manier ingevoerd moet worden

Als samenvatting hieronder eerst alleen een lijstje. Een toelichting op deze redenen staat verderop hieronder.

1)      De resulterende hoge schulden oplopend tot 40000 euro voor een grote groep zorgen voor veel mensen voor problemen.

2)      Toegankelijkheid onderwijs: Er zullen veel mensen niet gaan studeren of niet slagen door deze terechte leenangst.

3)      Er ontstaat een grotere ongelijkheid tussen arm en rijk.

4)      Er ontstaat een grotere ongelijkheid tussen alfa en bèta.

5)      Er ontstaat een grotere ongelijkheid tussen uitwonende en thuiswonende studenten.

6)      Tegelijkertijd universiteiten onder druk zetten met de studieduur ontneemt studenten met een hoge studielast de mogelijkheid om bij te werken om de schuld te vermijden/verlagen.

7)      Niet inbare schulden verplaatsen de uitgaven in feite naar de overheidsbegroting van morgen.

8)      Economie zal geremd worden door groot aantal sparende ouders.

9)      Deze verschuiving in de onderwijsbegroting is geen investering in onderwijs maart een verkapte bezuiniging op HO. Wel meer geld naar onderwijs zou een investering zijn.

10)  Investeren in onderwijs is hard nodig: Basisbeurs behouden is een goede investering in onderwijs.

 

Noot: Effect ongelijkheid op gemiddelden

fig1-gemiddelden         fig2-gemiddelden

Hierboven een rekenvoorbeeld van hoe gemiddelden de discussie kunnen vertroebelen. Stel WO studenten zijn gelijk verdeeld over deze 4 categorieën. Dan is de gemiddelde schuld voor het totaal ongeveer 12 500 euro. De uitwonende bèta-studenten hebben echter een groot probleem: Een jong stel heeft dan al snel 80000 euro schuld! Kijk daarom alleen naar gemiddelden voor een redelijk homogene groep, anders hebben gemiddelden geen zin.

Uit deze redenen en de toelichting blijkt: Het huidige wetsvoorstel zorgt voor terechte leenangst, vermindert de toegankelijkheid van het onderwijs, schuift schulden door naar morgen en berokkent de economie schade.

 

Toelichting op de 10 redenen:

1)      De resulterende hoge schulden tot 40 000 euro voor een grote groep zorgen voor veel mensen voor problemen.

Mensen die gestudeerd hebben verdienen gemiddeld meer. Het venijn zit hier echter in het woord gemiddeld. Individueel klopt dit in het geheel niet. Schuld kan niet eenvoudig worden afgelost door mensen die juist kiezen voor een beroep in de non-profit sector Een zelfstandig aannemer verdient vaak meer dan een HBO verpleegkundige, een winkeleigenaar verdient vaak meer dan een academisch geschoolde leraar. Belasting is wel individueel eerlijk: als je veel belasting betaalt, verdien je of heb je waarschijnlijk ook veel. Dat maakt de basisbeurs, betaald door belastingen, een betere manier om de lasten eerlijk te verdelen. De schuld kan niet eenvoudig worden afgelost door mensen die juist kiezen voor een beroep in de non-profit sector. Als er alleen maar met gemiddelden wordt gerekend, hoe moet het dan straks met al die verpleegkundigen en leraren? Houden die hun hele leven een schuld? Het bedrag van 40 000 euro komt overigens uit een eerdere berekening (zie eerder Blog) voor uitwonende bèta WO studenten. De schuldproblematiek zal toenemen, veel mensen zullen in de problemen komen.

 

2)      Toegankelijkheid onderwijs: Er zullen veel mensen niet gaan studeren of niet slagen door deze terechte leenangst.

Aan een studie beginnen wordt een erg groot risico: als je niet slaagt, heb je wel een schuld. Ook als je wel slaagt, heb je niet gegarandeerd een geschikte baan. En als je wel een geschikte baan hebt, verdien je niet per se meer. Het is dan veiliger om direct te gaan werken dan te gaan studeren, zeker als je ouders niet rijk zijn. Wat ons brengt op het volgende argument:

 

3)      Er ontstaat een grotere ongelijkheid tussen arm en rijk

Studenten met rijke ouders riskeren geen hoge schulden en kunnen nog wel studeren. Deze maatregel draagt daarmee bij aan een tweedeling in de maatschappij. Het gaat er niet om of de bakker moet meebetalen aan de opleiding van de advocaat., zoals soms wordt gezegd. Het gaat erom of de zoon van de bakker straks nog advocaat kan worden. Of dat je als je eenmaal arm bent geboren, je nooit meer de kans hebt hogerop te komen. In ieder geval niet via het onderwijs, dat weer een elitaire aangelegenheid voor de rijkeren zal worden. Piketty, Obama en veel economen waarschuwen voor de snel toenemende ongelijkheid tussen arm en rijk. De enige, die hier iets aan kan doen, is de overheid. Het leenstelsel zal de ongelijkheid echter alleen maar bevorderen. Toenemende ongelijkheid draagt bij aan velerlei maatschappelijke problemen: criminaliteit, onstabiliteit en extremisme. Door velen wordt dit gezien als één van de grootste problemen van deze tijd.

 

4)      Er ontstaat een grotere ongelijkheid tussen alfa en bèta:

Exacte studenten hebben een hogere schuld om drie redenen:

  1. Door de hogere studielast kunnen bèta-studenten minder bijwerken (8 uur college vs. 30+ uur college/practica) zeker met de toenemende verschoolsing (= verplichte aanwezigheid bij wisselende roosters)
  2. Nominale programma is een jaar langer (5 jaar in plaats van 4 voor BSc + MSc)
  3. Bèta studies zijn moeilijker en vakken hangen meer van elkaar af, dus hebben die een grotere kans op uitloop, zeker met de harde knip.

Vergelijk eens de roosters van een WO alfa studie en een WO bèta/technische studie. Haal zelfwerkzaamheden en groepsindelingen eruit en zie het enorme verschil in contacturen: zelden meer dan 10 uur bij een alfa studie, terwijl een bèta student een volledige werkweek op de faculteit zit. Officieel is het verhaal dat alfa-studies veel meer zelfwerkzaamheid vergen maar heus net zo zwaar zijn. Dat blijkt in de praktijk echter niet waar. Alfa studenten kunnen soms wel tot 30 uur per week werken. Bij een bètastudie zit meer dan een zaterdagsbaantje er niet in. Uit berekeningen blijkt dat dit niet genoeg is om te voorkomen dat de schuld van een uitwonende bèta-student oploopt tot meer dan 45000 euro! We zullen dus een verschuiving zien van armer studenten die niet echte een keus hebben: een alfa studie is de enige mogelijkheid. Op de arbeidsmarkt is echter meer vraag naar bèta’s, voor uiteenlopende functies (alfa en bèta).

 

5)      Er ontstaat een grotere ongelijkheid tussen uitwonende en thuiswonende studenten.

Eén manier om schulden te vermijden is thuis blijven wonen tijdens je studie. Maar die keuze heeft niet iedereen. Dit kan als je in de randstad woont of dichtbij een universiteit. Universiteiten worden dan regionale universiteiten. Maar dit staat haaks op het plan om de universiteiten verder specialiseren en de focus op “excellentie” en ranglijstjes in plaats van goed onderwijs voor iedereen. Als je niet dichtbij een universiteitsstad woon wordt deze mogelijkheid om schulden te vermijden sowieso afgesneden. Dus behalve de ongelijkheid tussen arm en rijk, alfa en bèta, ontstaat er ook meer ongelijkheid tussen landelijke en stedelijke gebieden.

 

6)      Tegelijkertijd universiteiten onder druk zetten met de studieduur als prestatie-indicator ontneemt studenten met een hoge studielast de mogelijkheid om bij te werken om de schuld te vermijden/verlagen.

De andere manier om schulden te vermijden bij een hoge studielast, is in deeltijd te studeren en er bij te werken. Dan zal het wel langer duren voor je de studie haalt en laat dat nu net een reden voor de overheid zijn om universiteiten minder geld te geven. Vandaar alle maatregelen zoals het bindend studieadvies, wat natuurlijk eigenlijk niet kan: een “bindend advies”. Het is ook geen advies: je wordt uit de opleiding verwijderd als je niet snel genoeg studeert. Dus er meer bij werken zal helaas ook niet gaan.

 

7)      Niet inbare schulden verplaatsen de uitgaven in feite naar de overheidsbegroting van morgen.

In de VS vreest men na de hypotheekcrisis al de volgende oninbare schuldencrisis: de studieschuldencrisis. Dat kan ook hier gebeuren. Grote groepen stellen zullen met een schuld van 30.00-50.000 per persoon (dus 60.000-100.000 euro voor een jong gezin) beginnen met werken. Omdat veel mensen niet genoeg zullen verdienen om het af te lossen, zal er een restschuld blijven. Deze zal op de overheidsbegroting drukken: ingecalculeerd geld komt niet terug. De leningen verplaatsen naar de banken wordt dan een optie en de ingrediënten voor de volgende crisis zijn een feit. Maar in ieder geval schuiven we hiermee overheidsuitgaven van nu door naar overheidsbegroting van morgen en maken we onszelf wijs dat we meer geld besparen dan we in werkelijkheid doen.

 

8)      Economie zal geremd worden door groot aantal sparende ouders

Ouders zullen werkelijk massaal gaan sparen voor de studie van hun kinderen. Niemand wil een kind met schulden als ze het kunnen vermijden. Zeker bij meer dan 1 kind, kan dan de maandlast flink oplopen als je je kind schuldenvrij wilt houden als ze MBO, HBO of WO gaan doen. Samen met het sparen voor hun pensioen, ziektekosten, buffer in geval van ontslag, aflossing hypotheek, draagt deze verminderde koopkracht bij aan de enorme rem op economische groei in ons land. Ook afgestudeerden zullen minder uitgeven, zij moeten immers hun schild aflossen. Bij een zich terug trekkende overheid, zullen de binnenlandse bestedingen structureel achter blijven lopen en de economische visie van deze regering om uit de crisis te komen (“meer spullen kopen”) zal geen waarheid kunnen worden.

 

9)      Deze verschuiving in de onderwijsbegroting is geen investering in onderwijs maart een verkapte bezuiniging op HO. Wel meer geld naar onderwijs zou een investering zijn.

Er wordt gesuggereerd dat dit de enige manier is om in beter onderwijs te investeren. Dit is om twee redenen niet waar: er zijn natuurlijk wel andere manieren, meevallers en aantrekkende economie kunnen ook hier voor gebruikt worden, het is belangrijk genoeg. Daarnaast is de voorgestelde maatregel juist geen investering maar een verschuiving binnen de begroting van het ministerie. Het kenmerk van de afschaffing van de basisbeurs is juist dat er weer niet geïnvesteerd wordt in onderwijs. Sterker nog: omdat niet meteen al het geld in onderwijs wordt gestoken is het een verkapte bezuiniging op het hoger onderwijs. Als het ook in andere vormen van onderwijs wordt gebruikt is het zelfs een blijvende bezuiniging op WO, HBO en MBO. Het is een  taak van de overheid om voor de belastingbetalende burger te investeren in goed onderwijs voor iedereen.

 

10)  Investeren in onderwijs is hard nodig: Basisbeurs behouden is wel een investering in onderwijs

Een drogreden, die soms door voorstanders wordt gebruikt: studenten gebruiken geld van het ministerie van OCW nu voor hun levensonderhoud en dat was niet de bedoeling. Terwijl als we de basisbeurs wordt afgeschaft we dit aan de onderwijsinstellingen kunnen geven. Dit is een schijntegenstelling: bij de student wordt opeens wel gekeken waar hij het aan uitgeeft en bij de onderwijsinstelling niet. Je kunt dit net zo goed omdraaien: Ook bij de onderwijsinstellingen gaat geld ergens anders naar toe: naar Sodexho of naar de vastgoedsector voor glimmende glasgevelgebouwen. Een basisbeurs geeft een student tijd om te studeren en is dus een daarom investering in de kwaliteit van het onderwijs, zeker als je universiteiten op rendement blijft afrekenen. Als je de student minder tijd geeft om te studeren door hem te dwingen meer geld bij te verdienen terwijl het rendement en doorstroom wel hoog moet blijven, leidt dat onherroepelijk tot een verlaging van de onderwijskwaliteit.

 

Toelichting over het foutieve gebruik van gemiddelden in deze discussie

Omdat dit niet een homogene groep is, heeft het gebruik van gemiddelden over alle studenten geen enkele zin. Het bagatelliseert wat er met een grote groep gaat gebeuren en  is daarom misleidend. Er zijn wel een paar homogene subgroepen te onderscheiden. Gebruik die groepen daarom als representatieve cases: voor de combinatie van thuis-uitwonend, WO-HBO-MBO, arm-rijk, alfa-bèta. En maak het dan voor allen eerlijk, niet alleen voor het niet-bestaande gemiddelde hiervan.

Conclusie

Met name maak ik me zorgen over de uitwonende, WO, bèta-student, waarvan de ouders per kind maximaal 250 euro per maand kunnen betalen (deze ouders verdienen niet minder dan modaal). Hij zal door zijn  zware bèta-studie alleen op zaterdag een minimumloon-baantje kan doen. Dit ligt ver af van het gemiddelde maar het is  geen uitzondering: dit is een grote groep! Hoe gaat hij/zij vermijden te eindigen met een schuld van 40000 euro? En als deze vervolgens wiskunde gaat geven op een middelbare school waar de schaarse schaal-12 functies al vergeven zijn, hoe gaat het dan lukken om af te lossen? Of wat als we die uitwonende bèta-studenten niet meer hebben? Dit voorbeeld is iets wat iedere keer vermeden (verzwegen?) wordt.

Nu wordt de discussie gevoerd aan de hand van een nauwelijks voorkomende, irrelevante gemiddelde student waardoor dit onzichtbaar blijft.

Het afschaffen van de basisbeurs heeft op termijn een schadelijk effect op zowel de economie als de kwaliteit van het onderwijs. Tevens zadelt het grote groepen op met een grote schuld en vergroot het de ongelijkheid.

Waarom de basisbeurs niet afgeschaft moet worden

Als we de basisbeurs voor WO en HBO afschaffen, heeft dit een langdurig, negatief effect op onze economie, ons onderwijs en het opleidingsniveau van ons land.  In dit stuk worden de gevolgen voor zowel individu als voor de maatschappij op een rijtje gezet en wordt uitgelegd waarom de basisbeurs moet blijven en zelfs verhoogd zou moeten worden. De argumenten voor de afschaffing blijken niet te kloppen. De studieschuld zal voor studenten oplopen tot 40 000 euro of meer. De in deze berekening gebruikte getallen komen van de overheid en het Nibud.

Aanleiding

In het regeerakkoord staat dat met ingang van het studiejaar 2014/2015, de basisbeurs zal worden afgeschaft voor de master en het jaar daarna ook voor de bachelor. Men verwacht dat dit 800 miljoen euro oplevert. Het afschaffen van de OV-kaart levert nog eens 200 miljoen op. Bij elkaar verwacht men dus een miljard euro te besparen. Deze maatregel geldt voor alle studenten in HBO en WO. Voor de overheid een miljard minder uitgaven, voor een grote groep studenten een miljard euro meer schuld per jaar, het betreft immers niets anders dan een verschuiving van de schuld van de overheid naar een groep individuen.

Voorstanders

Dit voorstel kan rekenen op een breed draagvlak in de tweede kamer. PvdA, VVD, Groen Links en D66 zijn voor. Een aantal oppositiepartijen vinden het bespreekbaar. De argumenten van de voorstanders zijn:

  • Studeren is een investering in je toekomst, je gaat later veel verdienen en dan kun je het prima aflossen. Het schuldbedrag valt best mee.
  • Het gaat om een relatief laag bedrag, dat kunnen studenten naast lenen het ook oplossen met een bijbaantje of een iets hogere bijdrage van de ouders
  • Het is een sociaal leenstelsel: het heeft gunstige voorwaarden, je hoeft alleen af te betalen als je het kunt betalen en er geldt een lage rente.
  • Waarom zou de staat opdraaien voor het financieren van de opleiding van een individu?
  • Er moet nu eenmaal bezuinigd worden, iedereen levert wat in.

Laten we deze argumenten eens nader bekijken.

Geen schuld, maar een investering in je toekomst

Het meest gehoorde argument is de eerste van het lijstje: de studielening, die de basisbeurs vervangt, is geen schuld maar een investering in je toekomst. Je verdient het vanzelf terug. Dit is dus de overheid die zegt: een schuld is niet erg, om zelf van hun schuld af te komen. Het ene moment is schuld dus iets ergs: de staatsschuld mag niet te hoog worden. Maar als die schuld verschoven moet worden naar slechts een gedeelte van de bevolking, en dus voor die individuen een veel groter gevolg heeft, is het opeens geen schuld, nee, het is een investering en helemaal niet erg. Dat is inconsequent en past niet helemaal bij het beeld van een betrouwbare overheid, die er voor de burgers is in plaats van andersom.

Laten we eens kijken hoe veel de overheid dan zelf betaalt aan academische werknemers, die hebben geleend omdat diezelfde overheid zegt dat je zoveel gaat verdienen. Men wil bijvoorbeeld meer academici voor de klas: het aanvangssalaris in het voortgezet onderwijs is 2445 euro bruto (1811 euro netto). Ter vergelijking: een modaal inkomen is 2550 euro bruto per maand, dus het is 100 euro onder modaal. Een gezin kun je er maar moeilijk van onderhouden: daarvoor is het modaal inkomen 6358 euro bruto per maand. Zelfs voor de helft daarvan kom je nog 700 euro bruto tekort, zonder aflossing van enige schuld.

Dus het argument dat je als academicus altijd meteen veel gaat verdienen is duidelijk niet waar. Tenzij het beleid erop gericht is geen academici voor de klas te krijgen en ik de onderwijsschalen niet mag gebruiken. Anders is dit weer een voorbeeld van een inconsequente overheid die zegt: je gaat veel verdienen als je studeert, dus neem onze schuld maar over. Oh, je gaat bij ons werken? Dan krijg je een lager dan gemiddeld salaris.

Het argument dat de basisbeurs, die nu wordt omgezet in een lening, slechts een laag bedrag is, klopt op zichzelf wel. Dat is namelijk het gevolg van eerdere bezuinigingen de afgelopen jaren. Als je er ieder keer wat afsnoept, kun je steeds zeggen dat het niet zo veel voorstelt, tot het nul is. Maar in totaal stelt het natuurlijk wel wat voor en bovendien is het een bedrag per maand, voor een studie van 4-7 jaar telt het wel degelijk aan.

Maandbudget uitwonende WO-student

Laten we eens preciezer kijken naar het budget van een student om te zien wat de gevolgen zijn. We nemen een uitwonende student omdat daarvoor de gevolgen het grootst zijn. Bovendien wil de overheid in het kader van excellentie (of bezuiniging?) graag concentratie van kennis, vooral in het WO. Een gevolg daarvan is dat de keuze dichtbij huis kleiner wordt en de kans dat je op kamers moet om iets te doen wat past bij je aanleg en interesse, navenant groter wordt.  De kans dat een WO-student uitwonend is, wordt groter. Volgens het Nibud geldt dat je als uitwonende student maandelijks 1104 euro nodig hebt. Ze zijn daarbij niet royaal: voor een kamerhuur incl. energie wordt 340 euro gerekend. In de grotere steden is dat niet het gemiddelde maar de ondergrens voor een beperkt aantal kleine kamers. Het gemiddelde ligt 100 euro hoger. Maar goed laten we deze 1100 euro als uitgangspunt nemen.

De basisbeurs bedraagt nu 266,23 euro, maar in ons rekenvoorbeeld valt dat weg. Alles wat we niet van onze ouders krijgen of waar we voor werken moet worden geleend. Hoeveel kunnen we bijverdienen. Let wel: dezelfde overheid dringt erop aan dat studenten sneller afstuderen, bijbaantjes hebben eerder de neiging te zorgen voor vertraging. Bij een bindend studieadvies (een contradictio in terminis) betekent minder dan 45 van de 60 studiepunten per jaar halen, dat je niet door mag.  Er is dus een grens aan de hoeveelheid tijd, die je kunt werken.

Hier treedt overigens een groot verschil op tussen alfa studies aan de ene kant en de exacte (beta & technische) studies aan de andere kant. De exacte studies vereisen veel meer aanwezigheid. Meestal is er slechts één middag vrij, en welke dat is, varieert ieder kwartaal. Bij alfa studies zijn er gemakkelijk 3 dagen collegevrij. Bovendien moet je voor een exacte studie de vakken goed bijhouden door middel van veel huiswerk om het te blijven snappen. Dat is niet op te lossen met een piekinspanning later, vlak voor een deadline. In de praktijk betekent dit dat je met een exacte studie hoogstens één dag in het weekend kunt werken. De enige vakantie is de zomervakantie (zonder tentamens zo’n 4 weken). De andere weekenddag en de avonden zijn nodig om te studeren.

Voor een leeftijd van rond de 20 jaar geldt een minimumloon van 42 euro bruto per dag. Laten we dit bedrag voor het gemak even als netto meenemen, misschien verdien je iets meer of hoef je geen belasting te betalen. Elke zaterdag werken plus 4 weken fulltime in de zomer levert dan 220 euro per maand op. Dan rest er nog een gat van 884 euro. Hoeveel kunnen de ouders betalen? Volgens hetzelfde Nibud betalen de ouders nu gemiddeld 250 euro per maand. Er wordt al geleend, dus je mag aannemen dat dat niet opeens heel veel meer wordt bij afschaffing van de basisbeurs. na aftrek van de zorgtoeslag van 70 euro rest er dan nog 564 euro. Stel dat we dit lenen. Dat betekent een lening van 6768 per jaar. Als je ouders niet voor je kunnen betalen, is het zelfs 9768 per jaar. Kortweg tussen de 7000-10000 euro per jaar.

Uitgaven (bron:Nibud)     Inkomsten zonder basisbeurs  
Huur incl energie

341

Bijbaan

220

Boodschappen

152

Ouders (gemiddeld, Nibud)

250

Studieboeken

84

Zorgtoeslag  70
Vervoer (naast OV-kaart)

48

Geld dat geleend moet worden

564

Uitgaan, sport, ontspanning, overig

130

Kleding & schoenen

58

Zorgverzekering

106

Telefoon

32

Collegegeld

153

Totaal maand-uitgaven

1104

  Totaal maandinkomsten

1104

Maandfinanciën van een uitwonende WO-student

Resulterende schuld

Hoeveel jaar duurt de studie? Hier treedt een andere ongelijkheid op tussen alfa studies en exacte studierichtingen. De exacte WO-studies hebben voor bachelor en master samen een programma van 5 jaar in totaal. Veel studenten halen wel eens een keer een vak niet en dat leidt snel tot een jaar vertraging, soms zowel voor bachelor als master. Nu is 7 jaar zeker geen uitzondering. Maar laten we optimistisch zijn: studenten gaan het voortaan in 6 jaar doen. Dat is dus een studieschuld van 40608 euro of 58608 euro, afhankelijk van of je ouders de 250 euro op kunnen brengen of niet. En het effect van de extra uitgaven door de afschaffing van de OV-kaart hebben we nog niet eens meegenomen. Dan komt er nog eens een paar duizend euro bij.

Studieduur Studieschuld
ouderbijdrage zonder ouderbijdrage
4 jaar 27072 39072
5 jaar 33840 48840
6 jaar 40608 58608
7 jaar 47376 68376

De ‘geringe’ studieschuld aan het eind van de studie
bij afschaffing basisbeurs

De schuld valt dus niet mee

Een schuld van 40 000 euro tot bijna 70 000 euro  is niet een klein bedrag. Als je gaat samenwonen met iemand, die ook gestudeerd heeft, heb je samen zomaar meer dan een ton schuld. Probeer dan maar eens een hypotheek te krijgen. Of de hypotheekverstrekkers het nu meerekenen of niet, een maandelijkse aflossing van 260 euro per persoon, ofwel 520 euro per maand voor een gezin, is niet onaanzienlijk maar een flinke aderlating.

Maar, zeggen de voorstanders dan, let op: het is een sociaal leenstelsel. Is dat zo? Het maandbedrag bij een schuld van 50000 euro en een rente van 2%  is 260 euro aflossing per maand en het kost je 15 jaar om dat af te lossen. Trek dit bedrag eens af van het leraarssalaris en je zit netto 360 euro onder modaal! En alleen onder bepaalde voorwaarden wordt na 15 jaar de eventuele restschuld kwijtgescholden. Dan ben je dus minimaal 40 jaar oud. En dan pas kun je eindelijk gaan beginnen met een huis en een gezin. Kortom: het argument dat het wel meevalt met de schuld, is gewoonweg niet waar. Tot je 40e geen huis kunnen kopen omdat je schulden hebt, is ook niet erg ‘sociaal’. Gewoon een leenstelsel dus. Of een asociaal hoge schulden-stelsel.

En over de afgelopen jaren is er erg al veel wegbezuinigd bij de studiefinanciering. Ter vergelijking: in 1988 had ik als student een maandbudget van 1100 gulden (zo’n 500 euro) nodig waarvan ik 605 gulden als basisbeurs kreeg. Een gat van zo’n 500 gulden bleef over wat je 50/50 kon vullen met werken op zaterdag en de ouderlijke bijdrage.

Het gaat ons allemaal aan

Sommigen zeggen, je hoeft niet te studeren. Het is een persoonlijke keus. Waarom zou de hele maatschappij opdraaien voor een student? Inderdaad, je kunt ook direct gaan werken. Dan kun je waarschijnlijk al snel een huis kopen: je hebt geen schuld en geen aflossing.

Maar is dat niet iets wat ons wel allemaal aangaat? De ervaring leert dat iedere investering in onderwijs zich meerdere malen terugbetaalt. Volgens een impactstudie voor de Leidse universiteit uit 2012 levert iedere euro zelfs 4 euro op voor de economie. WO/HBO banen zorgen ook voor MBO banen en vice versa. Het heeft dus een effect op het aantal banen op alle niveaus.

Wat zijn de overige maatschappelijke gevolgen? Ons opleidingsniveau zal dalen. Met name exacte studie doen, waar het bedrijfsleven zegt de meeste behoefte aan te hebben, wordt een hachelijke onderneming.

Als iedereen met kinderen, die het zich kan veroorloven, nu massaal gaat sparen, kon dit trouwens nog wel eens een flink negatief effect op het algemeen herstel van de economie hebben. En studenten met rijke ouders, die gemakkelijk 814 euro per maand kunnen betalen, zullen nog wel gaan studeren. De rijkste studenten zijn natuurlijk niet dezelfde studenten als de beste. Om toch hoge rendementen te halen, ook een eis van de regering, zullen de onderwijsinstellingen dan in niveau moeten dalen.

Studenten met armere ouders?  Een alfa studie, of een studie in de buurt, zodat je thuis kunt wonen of beter nog: direct gaan werken, is veel verantwoorder. Minder risico en je bent sneller in staat en gezin te onderhouden en hen onderdak te bieden.

Het zal even duren voordat dit tot iedereen doordringt en er zullen altijd optimisten zijn. Dit veroorzaakt een enorme bubbel van studieschulden, die net als de hypotheekschulden, verantwoordelijk voor de huidige crisis, wel eens oninbaar konden blijken. Zeker als particuliere geldverstrekkers deze markt ontdekken en hele gunstige leningen gaan aanbieden, is daarmee het recept voor de volgende bankencrisis een gegeven. Iets wat in de VS nu al dreigt te gebeuren.

Kortom: de gevolgen van deze maatregel zijn een lager niveau van opleiding van ons land, veel schulden, een dreigende crisis en een verder krimpende economie met minder banen.

Wat nu?

Er moet toch bezuinigd worden? Ja, dat is waar. Maar er zijn meer dan genoeg andere en minder schadelijke maatregelen denkbaar om de overheidsfinanciën op orde te brengen. Uit het bovenstaande blijkt bovendien dat de basisbeurs nu al zo laag is ten opzichte van de kosten van het studeren dat een verhoging van de basisbeurs, zodra de middelen het weer toestaan, logischer is dan afschaffing.

Waarom protesteren de studenten en onderwijsinstellingen niet massaal? De overheid wil de onderwijsinstellingen omkopen door te zeggen: een gedeelte van het geld dat we besparen op de studenten gaan we (misschien) wel aan jullie geven. En de studenten worden stilgehouden met wat ik de HOS-truc noem.

De HOS is de Herstructurering Onderwijs Salarisstructuur. In 1985 werden alle lerarensalarissen gekort. Maar dit zou alleen gelden voor toekomstige leraren. Die waren natuurlijk geen lid van een vakbond en afwezig in het debat. Kortom: er waren geen tegenstanders.

De afschaffing van de basisbeurs treft ook niet de huidige studenten, maar scholieren die zich hier helemaal niet van bewust zijn. Zij zijn afwezig in het debat.

De overheid rekent erop dat de huidige studenten zich net zo weinig met hun toekomstige lotgenoten solidair voelen als de leraren indertijd. Tot nu toe blijkt dat te kloppen: ik heb nog geen grootschalige demonstraties gezien.

Het is echter nog niet te laat: ik zou alle studenten, maar ook de anderen, op willen roepen deze afbraak van ons hoger onderwijs te stoppen. Als we laten zien dat dit maatschappelijk niet aanvaard wordt, is er nog een kans dat dit niet uitgevoerd wordt. De ramp kan nog afgewend worden, maar dan moet er wel wat gebeuren. De overheid rekent op de asociale student die denkt: Na mij de zondvloed, ieder voor zich. Laat zien dat dat beeld niet klopt!

Curiosity

Op 1 mei was ik in de Cité de l’Espace in Toulouse en daar zag ik een model op ware grootte van de Curiosity Mars Rover naast alle andere Mars rovers (Spirit, Opportunity en Sojourner). Dan realiseer je je pas echt hoe groot die Curiosity rover is. Erachter draaide een mooie animatie van de missie en van de landing, zoals die gepland staat in de ochtend van 6 augustus aanstaande. Wat een ingewikkeld en mooi systeem. Ik hoop dat het allemaal werkt. Dat wordt nog spannend! 

Een mooie naam ook: Curiosity, want dat is tenslotte de reden dat we die rover sturen. Niet omdat het geld oplevert of omdat het zo’n efficiënte manier is om wetenschappelijke publicaties te genereren. Nee, om een bijdrage te leveren aan het beantwoorden van onze meest fundamentele vragen: Waar komt het leven vandaan? Zijn we alleen of komt leven vaker voor? En als op Mars leven is ontstaan, is het verwant aan het leven op aarde of los ontstaan? De antwoorden van Curiosity vormen daarbij een belangrijk stukje van de grote puzzel. Pure nieuwsgierigheid dus en niets anders. 

Net na mijn afstuderen deed ik als onderdeel van een selectieprocedure voor een ICT-baan een aantal testen waaronder een persoonlijkheidstest. De psycholoog zei in het nagesprek toen dat hij uit mijn profiel heel duidelijk kon zien wat mijn grootste drijfveer in het leven was en of ik zelf een idee had. Nee, geen idee. Het bleek nieuwsgierigheid te zijn. Dat herkende ik toch weer wel: In mijn internetloze jeugd, met slechts twee TV zenders, die alleen ’s avonds soms een BBC docu uitzonden, waren de dorpsbibliotheek, de AO-reeks en vooral de maandelijkse Kijk hoogtepunten.

Veel mensen hebben de neiging om hun eigen drijfveren te projecteren op anderen en ik ben daar geen uitzondering op: volgens mij geldt namelijk voor iedereen dat nieuwsgierigheid de voornaamste drijfveer is. We zijn niet allemaal nieuwsgierig naar hetzelfde maar toch: Is het niet zo dat nieuwsgierigheid de reden is dat je een film afkijkt, een boek uitleest of een videospel uitspeelt? En is een internetverbinding niet gewoon een informatiestroom? Is de enorme omzet van games en films en de opkomst van internet niet een bewijs van een wereldwijde niet te stillen honger naar informatie?

Voor mij is het in ieder geval de basis van mijn filosofie ten aanzien van het onderwijs: als er echt wat te leren valt en het wordt gebracht op een manier dat de nieuwsgierigheid geprikkeld wordt, dan is verplichte aanwezigheid, of een overdosis aan toetsen en in te leveren werk, niet nodig om te leren. Dan zijn studenten sponzen met een niet te stillen honger naar kennis. Die intrinsieke motivatie is niet te verslaan. Curiosity killed the cat, maar universiteiten leven ervan.

Teaching, Tables and Targets…

U heeft het misschien wel
in de krant gelezen: Halbe Zijlstra maakt prestatieafspraken met de
universiteiten. Dit is een voorbeeld van een bekende managementstijl: we spreken
targets met elkaar af en daarna wordt u daar op afgerekend. Als het goed gaat,
krijgt u een bonus of als instelling meer geld, alhoewel het in de stijl van
dit kabinet meer past om het te gebruiken voor het bepalen van de kortingen.
 

Ik heb een beetje een
ambivalente houding tegenover dat targets stellen. Aan de ene kant is het
natuurlijk goed om de wijze waarop je je doelen haalt over te laten aan de
professionals zelf. Dus dat je tegen een faculteit zegt: ik wil dat het studiesucces
verbetert maar dat je een faculteit niet gaat zeggen hoe zij haar curriculum in detail moet inrichten. Die verantwoordelijkheid laat je dan waar de meeste kennis over
het proces zit en dat lijkt me goed voor de kwaliteit.
 

Maar aan de andere kant
heeft het ook iets afstandelijks en zelf gemakzuchtigs: je kunt wel targets
stellen maar daarmee draag je natuurlijk niet echt bij aan de echte oplossing.
“Hoe heb je het onderwijs in Nederland verbeterd?” “Ik heb targets gesteld.”
“Yeah, right….” Het is ook vaak een eenzijdige selectie: alleen dat wat je goed
kunt tellen, telt. Maar je echte doelen zijn niet altijd numeriek.
 

Bovendien worden vaak “ambitieuze
targets” gekozen. Een constante groei van 20%, die dus helemaal geen constante
groei is maar eigenlijk een in de praktijk onmogelijke exponentiële groei. En
deze ambitieuze targets koppelen aan een beloning en een houding van ‘het maakt
me niet uit hoe’, kan zo maar vals spelen stimuleren. Everything counts,
nietwaar? Op deze wijze kan het zelfs bijdragen tot uitholling van de echte
normen en waarden.
 

Hoe dan ook, je ontkomt
er blijkbaar niet aan. Afgelopen LR MT-vergadering moesten wij in het kader van
deze OC&W prestatieafspraken als faculteit het volgende rijtje
streefwaarden invullen:
 

– Excellentie (= welk
percentage studenten deelneemt aan honours track)

– Uitval 1e jaar bachelor

– Studie switch (=
hoeveel studenten blijven na switch bij de TU? Moeten we daar naar streven?)

– Bachelorrendement  (binnen 4 jaar)

– Docentkwaliteit (= welk
deel vd docenten heeft de onderwijscursus gedaan)

– Onderwijsintensiteit (=
hoeveel uur zitten studenten per week op de universiteit)

– Indirecte kosten (= hoeveel
procent van de mensen is overhead)

Als TU Delft scoren wij zeer
hoog voor wat betreft onderwijsintensiteit: voor veel universiteiten ligt dit
rond de 12 uur. Bij LR is het minimaal 25 uur. Daarnaast scoren wij relatief
slecht met ons rendement, een klassiek symptoom van alle beta- en technische
studies.

Als je alleen maar naar
deze twee getallen kijkt, zou je kunnen concluderen dat hoe meer onderwijs je
geeft, hoe slechter dat voor het rendement is! In werkelijkheid zijn dit
natuurlijk symptomen van een gemeenschappelijk oorzaak: de studie is moeilijk.
Omdat het moeilijker is, halen minder studenten het. En omdat het moeilijker
is, geven we meer college en practica.
 

Die gevaarlijke verwarring
tussen correlatie (=een numeriek verband) en causaliteit (=een oorzaak-gevolg
relatie) zie je trouwens wel vaker. In kranten verschijnen dan koppen als: “als
je als kind dikker bent, word je later eerder dement.” Misschien zijn beiden
wel een gevolg van een ongezonde levensstijl of leefomgeving. Je zou op
dezelfde manier kunnen concluderen: van televisiekijken ga je dood. Immers,
bejaarden kijken relatief veel TV en overlijden vaker dan gemiddeld. Of: naar
een ziekenhuis gaan is onverstandig, ook daar gaan veel mensen dood. Dit soort
stukjes in de krant gaan vaak volledig voorbij aan het verschil tussen een
oorzakelijk verband of een verband door een gemeenschappelijke oorzaak.
 

Nu maar hopen dat de
ambtenaren van OC&W, die met onze streefwaarden aan de slag gaan, slimmer
zijn.
 

Excellent MSc education? Large demand from industry? Then shrink.

Our education Aerospace
Engineering is forced to reject more and more students as a result of the
reduction of government funding, despite the fact that industry demands more
people with an AE MSc degree.

After the numerus clausus for the
BSc, now in our master we have to take similar measures: two out of our five
MSc tracks have been capped. This means our students cannot always specialize
on the topic of their choice. The chance of succeeding is much larger,
especially with a difficult study like aerospace engineering, when you’re
motivated, so I understand the disappointment of the students. 

Unfortunately we do not have a
choice. The financial situation of the faculty does not allow hiring a
sufficient number of scientific staff to facilitate more students. If we would
not regulate the influx of the master tracks, then we would not be able to guarantee
the high quality, which would be unacceptable for us. We are known as the best
aerospace education of the western world and we want to safeguard that
reputation. The limited influx is a form of selection: only the ones who have
shown in the bachelor to have the best qualifications for succeeding in a
specific topic of a master track will be admitted in that track.

In the MSc, it currently only
affects a small number of students. A few dozen of students will not be able to
do the track of their choice. In the BSc we are talking about different
numbers: of the 600 freshmen, which we expect to register next year, almost 200
will have to be rejected.

I regard this as very strange in
a time where everybody claims that excellence and societal relevance is
rewarded. Our education has received the highest grades of all Dutch MSc
programs. And the industry demand for our AE MSc graduates is growing. There
are more potential graduates among the high school students whom we now could
have educated. Reducing these numbers will save the government costs in the
short-term but is an enormous loss for the Dutch economy in the medium- and
long-term. This type of short-sighted policies do not just lead to disappointed
students but also to an unnecessary large damage to the economy.

Excellente opleiding? Veel vraag van bedrijfsleven? Dan krimpen.

Onze opleiding Luchtvaart- en Ruimtevaarttechniek moet door de
teruglopende overheidsfinanciering steeds meer studenten weigeren, ondanks de
grote vraag van het bedrijfsleven naar L&R ingenieurs. Na de numerus fixus
op de bachelor, is nu de master aan de beurt: we hebben aan de studenten laten
weten dat twee van de vijf richtingen (master-tracks) een zogenaamde ‘cap’
krijgen, dat wil zeggen dat de studenteninstroom beperkt wordt. Hierdoor kunnen
master-studenten zich dus niet altijd specialiseren in de richting van hun
keuze. De kans op slagen is bij zo’n moeilijke studie als LR vele malen groter
als je een richting kunt doen waarvoor je gemotiveerd bent, dus ik snap dat de
studenten hier problemen mee hebben.

Helaas kan dat niet anders. De financiële situatie van de faculteit zorgt
ervoor dat er niet genoeg wetenschappelijk personeel aangenomen kan worden om
meer studenten aan te kunnen. Als we de instroom niet zouden reguleren, gaat
dat ten koste van de kwaliteit en dat is voor ons onacceptabel. We staan bekend
als de beste luchtvaart- en ruimtevaarttechniekopleiding van de westerse wereld
en dat willen we zo houden. De beperkte toelating is een vorm van selectie:
degenen, die in hun bachelor hebben laten zien dat zij het meeste talent hebben
voor het onderwerp van de master-track worden toegelaten.

Het gaat in de master nu nog om kleine aantallen: enkele tientallen studenten
zullen niet de track van hun keuze kunnen doen. In de bachelor gaat het om hele
andere getallen: van de 600 aanmeldingen voor het eerste jaar, die we volgend
jaar verwachten, zullen we er bijna 200 moeten afwijzen.


Ik vind dit wel wrang in een tijd waarin wordt gezegd dat excellentie en
maatschappelijke relevantie beloond wordt. Onze opleiding heeft de hoogste
beoordeling gehaald van alle Nederlandse MSc opleidingen in de laatste
accreditatieronde. En er is ook nog eens veel vraag naar onze, ook
internationaal beroemde, opleiding bij zowel studenten als het bedrijfsleven.
Er zijn meer geschikte scholieren, die wij zouden kunnen opleiden tot
uitstekende ingenieurs waar grote behoefte aan is. Hierop bezuinigen geeft op
korte termijn winst voor de overheid maar op de middellange termijn is het een
enorm verlies voor de Nederlandse economie. Dit soort overheidsbeleid zorgt
daarmee niet alleen voor teleurgestelde studenten maar ook nog eens voor
onnodig grote economische schade.

Prof.dr.ir. Jacco Hoekstra

Wat kost de langstudeerder de maatschappij?

In
het regeerakkoord worden de langstudeerders en hun universiteiten hard
aangepakt: Als studenten meer dan een jaar vertraging hebben, moeten ze als
boete 3000 euro extra collegegeld betalen, wat in totaal neerkomt op bijna 5000
euro collegegeld per jaar. Als voornaamste reden voor deze maatregel wordt
gesteld dat studenten, die langer over hun studie doen, de maatschappij te veel
kosten. Is dat wel zo?

In de discussie wordt vaak gesproken over de
langstudeerder als een luie, brallerige student die op kosten van de maatschappij
bier drinkt in de studentensociëteit. Ten eerste is dit niet de echte reden. De
echte achtergrond van de maatregel is een gewone bezuiniging. Als deze
bezuiniging niet wordt gehaald met deze maatregel, bijvoorbeeld doordat veel
studenten opeens snel gaan studeren en er geen boetes geïnd worden, zal de
bezuiniging gewoon anders worden gehaald: Het kabinet is van plan om dan de
universiteitsbijdrage van de overheid te korten met hetzelfde bedrag dat het
kabinet hoopte op te halen met het beboeten van langer studeren.

Het stimuleren van sneller studeren en beboeten van
langstudeerders is dus slechts een schijnargument, dat dient als verdediging om
deze maatregel sympathieker voor te stellen: als er iemand op moet draaien voor
ons overheidstekort, laat het dan de langstudeerders maar zijn want die kosten
ons toch al zo veel geld”.

Ook al is het dus niet de echte reden, toch hecht
ik eraan dit beeld te corrigeren, al is het maar om het daarna over de
werkelijke discussie te hebben: willen we wel nog verder bezuinigen op het
hoger onderwijs, op de toekomst van onze kenniseconomie? Ook heeft de
voorgestelde aanpak een zeer schadelijk neveneffect.

Als eerste: de langstudeerder kost u vrijwel niets,
alleen als het uw zoon of dochter betreft. Als iemand langer studeert betekent
dat meestal dat hij of zij het moeilijk vindt. Als van een vak het tentamen
niet in één jaar gehaald wordt, betekent dit een jaar vertraging. De extra
belasting voor de onderwijsinstelling is echter zeer gering: de studenten volgt
immers meestal de colleges of practica maar één keer. Het enige extra werk is
het nogmaals nakijken van een tentamen. Enige minuten werk, soms gedaan met
behulp van een onderwijsassistent of promovendus, en slechts een zeer gering
deel van de onderwijslast voor de universiteit.

Voor de onderwijsinstelling zit het verschil tussen
de belasting van een snelle studeerder en een langzame studeerder
dan ook alleen maar in de tijdlijn: de belasting wordt uitgesmeerd over meer
jaren, maar neemt in totaal niet of nauwelijks toe. Het aantal studiepunten,
dat gehaald wordt, verandert niet en dit is een betere maat voor de inspanning
van de onderwijs instelling en dus de kosten, dan hoe ze in de tijd verspreid
liggen. Universiteiten worden ook voor studenten maar gefinancierd voor het
aantal jaren dat het curriculum nominaal duurt. De studiefinanciering houdt ook
op na maximaal 5 jaar, wat de tijd is die een goede student over zijn
technische studie doet. Het langer studeren kost de belastingbetaler dus niets.

Het enige effect op de staatskas is, dat iemand die
enkele jaren langer studeert, pas later inkomstenbelasting gaat betalen en pas
één of twee jaar later zijn bijdrage aan onze economie kan leveren. Deze manier
van denken zou ook pleiten voor het aanpakken van mensen, die niet of
gedeeltelijk gaan werken, of die naar het buitenland gaan, iets wat we nu als
een onderdeel van de individuele vrijheid beschouwen. Deze manier van denken
suggereert ook dat de overheid er niet voor de burgers is maar omgekeerd. Voor
de meeste burgers is belasting betalen echter niet het hoogste doel van het
leven. En gederfde, mogelijke inkomsten is niet hetzelfde als werkelijke
kosten.

De enigen, die extra kosten hebben, zijn de ouders.
Zij zullen wel langer moeten betalen als hun zoon of dochter langer studeert.
Dit maakt het sneller of langzamer studeren dus een zaak tussen ouder en kind,
waarover zij goede afspraken moeten maken. Er zijn ouders, die het prima vinden
als hun kind wat langer doet over een moeilijke studie maar daardoor later een
betere opleiding genoten heeft. Mensen, die zeggen liberaal te zijn of het
woord vrijheid in de naam van hun partij voeren, past het niet om als overheid
hier met torenhoge boetes zo hard in te grijpen.

Wat deze maatregel zeker zal bevorderen, is dat er
minder mensen gaan studeren, nl. alleen zij die een financieel risico kunnen
nemen, maar ook dat er meer studenten zullen uitvallen. Beide effecten zijn
zeer schadelijk voor onze kenniseconomie. Het negatieve, lange termijn effect
van deze maatregel op onze kenniseconomie zal dan ook veel groter zijn dan de
op korte termijn behaalde winst voor de staatskas.

Kortom: gebruik geen ondeugdelijke schijnargumenten
over kosten van langstudeerders die er in werkelijkheid niet zijn. En bezuinig
niet op onze toekomst. Op een gegeven moment raakt de kaasschaaf de korst, dus
bezuinig niet nog meer op onze kenniseconomie.

 

© 2011 TU Delft